Ondernemingsraad

De werkzaamheden van (een belangrijk deel van) de onderneming – in geval van een dergelijk besluit, het tijdstip waarop de ondernemingsraad over het betrokken besluit is of zal worden geraadpleegd, daarvan in kennis is of zal worden gesteld en is of zal worden geraadpleegd over de uitvoering daarvan. Daarnaast ligt het voor de hand dat de werkgever ook concrete gegevens over de recente bedrijfsresultaten, de vermogens- en liquiditeitspositie van zijn onderneming(en) de toekomstkansen daarvan verstrekt.

Lid 5 van art. 4 Wet melding collectief ontslag geeft vervolgens aan dat van de werkgever ook wordt verwacht dat hij de Centrale organisatie werk en inkomen op de hoogte houdt van de raadpleging van de belanghebbende werknemersverenigingen en van de ondernemingsraad.

Als bij de melding de vereiste gegevens niet volledig zijn verstrekt, wordt hiervan door de Centrale organisatie werk en inkomen schriftelijk mededeling gedaan aan de werkgever. Zolang bovenvermelde gegevens niet zijn verstrekt, leert art. 5 Wet melding collectief ontslag dat de melding wordt geacht niet te zijn gedaan.

De wachttermijn van één maand

Art. 6 lid 1 Wet melding collectief ontslag geeft aan dat de definitieve collectieve ontslagaanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen in beginsel niet eerder in behandeling wordt genomen, dan één maand nadat de werkgever het voornemen heeft gemeld om de dienstbetrekking met twintig of meer werknemers te doen eindigen.

Leden 3 en 4 van art. 6 Wet melding collectief ontslag geven aan dat de Centrale organisatie werk en inkomen evenwel de maand wachttijd buiten toepassing kan laten, maar dan alleen als door de inachtneming van deze wachttijd de herplaatsing van de met ontslag bedreigde werknemers of de werkgelegenheid van de overige werknemers in gevaar zou worden gebracht én voorafgaand toestemming is verleend door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan die toestemming overigens alleen niet verlenen als er sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. Als de werkgever de Centrale organisatie werk en inkomen vraagt om de wachttijd van een maand buiten beschouwing te laten bij-voorbeeld met het oog op de continuïteit van de werkgelegenheid van de overige werknemers, dan zal hij daarvoor een specifieke onderbouwing moeten geven.

In de prak-tijk zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om een bedrijf dat in een uiterst moeilijke liquiditeitspositie verkeert en wordt geconfronteerd met het intrekken of verminderen van de kredietgarantie. Zo kan de doorbetaling van het loon van de betrokken werknemers tijdens de maand wachttijd in voorkomende gevallen te bezwaarlijk zijn en een gevaar opleveren voor de werkgelegenheid van de overige werknemers in het bedrijf.

De werkgever kan afhankelijk van de situatie naast een uiteenzetting van de overwegingen en een cijfermatige onderbouwing van het ontslagmotief, voor het buiten beschouwing laten van de maand wachttijd, bijvoorbeeld de volgende gegevens aan de Centrale organisatie werk en inkomen verstrekken.